In 2020 kreeg Hogeschool Saxion een bijzondere vraag. De nu 87-jarige Jits van Straten wilde weten of het onderduikhol kon worden teruggevonden waarin hij als vierjarig jongetje samen met zijn vader ondergedoken zat tijdens de Tweede Wereldoorlog. Archeologen gingen op zoek en combineerden historisch onderzoek, veldwerk en digitale technieken om de locatie van het onderduikhol bij Emst (in de Veluwse bossen) te achterhalen.
De vraag kwam op een passend moment. Binnen Saxion werd gewerkt aan een nieuw onderwijsprogramma rond de Minor Conflictarcheologie: onderzoek naar sporen van oorlog en geweld in het landschap. Een onderduikhol in een relatief ongestoord natuurgebied, met historisch materiaal en een (oog)getuige, bood een unieke casus met oog op onderwijs en onderzoek.
Zoeken naar sporen in het landschap
De zoektocht begon met een combinatie van historisch onderzoek en digitale analyse van het landschap. Met behulp van LiDAR-data (laseropnames vanuit de lucht waarmee hoogteverschillen zichtbaar worden) werd het terrein opnieuw bekeken. Kleine verstoringen in het bosreliëf kunnen op die manier aanwijzingen geven voor menselijke activiteit in het verleden.
Deze analyse hielp om het zoekgebied te verkleinen. Vervolgens kon het archeologisch onderzoek in het veld beginnen. Uiteindelijk leidde dit tot de lokalisering van het onderduikhol bij Emst, waar het terrein verder archeologisch is onderzocht.
Digitale technieken tijdens de opgraving
Tijdens de opgraving werden verschillende digitale technieken ingezet om het onderzoek vast te leggen en te analyseren. Met behulp van foto’s werd een gedetailleerd 3D-model gemaakt, waardoor de situatie nauwkeurig kon worden gereconstrueerd.
Tijdens de opgraving werden sporen van brand aangetroffen in het onderduikhol. Zo werd met XRF-analyse (een techniek waarmee de chemische samenstelling van materialen kan worden gemeten) gekeken naar bodemmonsters om mogelijke oorzaken van de brand in het onderduikhol te onderzoeken.
Met de software OZone (een programma waarmee onderzoekers kunnen simuleren hoe een brand zich heeft ontwikkeld) kon het verloop van de brand worden gereconstrueerd. Een DocuBox (apparaat dat met speciale belichting en filters verborgen of beschadigde tekst zichtbaar kan maken) maakte het mogelijk om tekst zichtbaar te maken op een gedeeltelijk verkoold boek. Een röntgenfoto gaf daarnaast inzicht in de inhoud van een gesloten blikje dat tijdens de opgraving werd gevonden.

Volgens de onderzoekers speelden deze technieken een belangrijke rol. Zonder digitale hulpmiddelen was het lokaliseren van het onderduikhol en het onderzoeken van de brandsporen veel lastiger geweest.
Digitale technieken ook bij vervolgonderzoek
Naast het onderzoek bij Emst is inmiddels een tweede onderduikhol opgespoord, bij Enter. In 2024 werd Saxion benaderd door Enters Erfgoed. Zij zijn op zoek naar de exacte locatie van een onderduikhol. Het gaat om een onderduikgeschiedenis die de gemoederen in het dorp tot op de dag van vandaag bezighouden. Ook voor deze vindplaats is eerst een historisch onderzoek uitgevoerd waarmee het zoekgebied kon worden verkleind. Vervolgens zijn binnen dit zoekgebied verschillende sensortechnieken ingezet om de ondergrond in kaart te brengen, waaronder grondgebonden en airborne GPR (Ground Penetrating Radar, een techniek die met radiogolven structuren onder de grond zichtbaar maakt) en GRS (Gamma Ray Spectrometry, een techniek die natuurlijke straling uit de bodem meet om verschillen in bodemlagen te herkennen). Deze technieken konden op de locatie worden toegepast dankzij financiering uit het KIEM High Tech programma voor het project Radar en Robotica van het Lectoraat Technologies for Criminal Investigations.
Om de meetresultaten te controleren is aanvullend veldwerk uitgevoerd met handboringen. Voor verdere uitwerking van het onderzoek bij Enter wordt momenteel gezocht naar aanvullende financiering.
Studenten werkten mee aan het onderzoek naar beide onderduikholen
Tijdens zijn afstudeeronderzoek wist archeologiestudent Daan Postma de onderduiklocatie op de Veluwe te traceren.

Student archeologie Tobias van Essen bereidde de opgraving voor en gaf leiding aan de opgraving door studenten en vrijwilligers van de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland 18 als afstudeerproject. Tijdens de opgraving was ook Jits van Straten aanwezig. Voor studenten archeologie gaf dat het onderzoek een bijzondere lading. Hij sprak met Van Straten over zijn herinneringen aan de onderduikperiode. Van Essen vertelt: “Jits vertelde me dat hij met zijn vader in dat hol heeft gezeten. Hoewel hij door zijn jonge leeftijd nauwelijks herinneringen aan die tijd heeft, wist hij nog wel dat hij geen kou heeft geleden. Waarschijnlijk zijn ze vóór de laatste koude oorlogswinter van 1944 vertrokken naar een ander onderduikadres.”
De uitwerking van de opgraving is uitgevoerd door studenten in het reguliere onderwijs, twee Smart Solutions projecten en de afstudeerprojecten van Robin Cos en Luca Esselink. Het onderzoek maakte indruk op deze studenten. Studente Chelsea Kerst verwoordde het als volgt: “Je krijgt nooit echt een persoonlijk verhaal te horen. Nu doe je het voor iemand die er nog is. Dat is zo speciaal om te mogen doen. Dat raakt je zeker.”
Het moment waarop het onderduikhol daadwerkelijk werd blootgelegd, bracht het verhaal uit de oorlog letterlijk terug naar de plek waar het zich had afgespeeld.
De eerste fase van het onderzoek naar het onderduikhol in Enter is uitgevoerd door studenten in het kader van het Smart Solutions Semester. Het geofysisch onderzoek is uitgevoerd door studenten en medewerkers van het Lectoraat TCI. Het is op dit moment nog niet bekend of dit onderzoek kan worden opgevolgd met een opgraving.
Rapporten lezen
Meer weten over het onderzoek en de gebruikte technieken? In onderstaande rapporten zijn de volledige resultaten, analyses en visualisaties terug te lezen:
Meer informatie
Heb je vragen of wilt je meer weten over het onderzoek? Neem dan contact op met dr. Wilko van Zijverden of dr. Jaap Knotter.


